Koereiger

  • Kleine witte reiger met korte snavel en korte, vaak ingetrokken hals.
  • In broedtijd heeft hij oranje veren op kop, borst en mantel.
  • Mannetje en vrouwtje zien er hetzelfde uit.
  • Lengte: +-50cm
  • Voedsel: insecten, vooral sprinkhanen
  • Makkelijk te spotten hier op de Blankaart
  • De koereiger spotten kan nog niet overal in Vlaanderen, maar op de Blankaart werden tot 135 koereigers geteld op de slaapplaats. Nochtans is het een van oorsprong Afrikaanse soort. De toename van de koereiger in Noordwest-Europa is een belangrijke aanwijzing van de klimaatverandering. In Spanje en Portugal werd recent vastgesteld dat plaatselijk grote kolonies nagenoeg verdwenen zijn door aanhoudende droogte. Hierdoor trokken ze noordwaarts in Europa.   

  • In 2020 werd voor het eerst een broedgeval van de koereiger vastgesteld op de Blankaart. Het is het eerste nieuwe broedgeval in Vlaanderen sinds 2002. Tussen 1997 en 2002 waren er wel een broedgevallen in Het Zwin, die vogels waren vermoedelijk aangetrokken door soortgenoten in de vogelkooien. Vorig jaar waren er al 21 nesten, waarvan 6 geslaagd.

  • Wanneer reigers worden vastgepakt (bijvoorbeeld om te ringen), legen die als verdedigingsmiddel de volledige inhoud van hun darmstelsel en bedekken zo hun belager met uitgebraakt, half verteerd voedsel en uitwerpselen. In de uitgebraakte voedselresten kan worden vastgesteld wat de reigerkuikens als voedsel krijgen aangereikt. Bij koereigerkuikens zijn dat vooral sprinkhanen.
  • Je kan de koereiger overdag vooral zien in weiden. Vaak tussen de koeien, waar ze insecten opeten die door de koeienpoten worden opgeschoffeld. Maar ook tussen schapen, ganzen en andere grazende dieren. Ze liften ook graag op de rug van een koe of schaap mee. Ga zoals een koereiger op zoek naar insecten in het gras. Welke insecten vind jij? Dat kan je via de app ObsIdentify te weten komen door een foto te uploaden.
Deze interactieve gidsbeurt werd door Lies Ghysel en Patrick Debeuf gemaakt als eindwerk in het kader van de cursus Natuurgids.